Opleiding

Kwalitatief onderzoek naar de onderbouwing van op exposure gerichte werkvormen in beeldende therapie ter bevordering van de emotieregulatie bij kinderen met een autismespectrumstoornis.

Aanleiding:
edurende het behandeltraject op de groepsbehandeling voor kinderen met ASS wordt gemerkt dat structuur, duidelijkheid en voorspelbaarheid kinderen met ASS helpt, maar dat ontregelen en blootstelling hieraan kinderen met ASS iets leert. Ze worden weerbaarder, flexibeler en leren omgaan met de ontregeling die zij dagelijks ervaren. Beeldende therapie wordt tijdens deze groepsbehandeling onder andere ingezet in het actief ontregelen door de inzet van werkvormen, die de spanning verhogen. Hierdoor leren kinderen deze gevoelens herkennen en hier woorden aan geven. Op deze reden wordt aangenomen dat de emotieregulatie bij kinderen met ASS verbetert als zij bloot worden gesteld in een veilige therapiesetting aan ontregeling en de daarbij horende emoties.

Doel onderzoek:
Het doel van dit onderzoek is de aanname, dat op exposure gerichte werkvormen in beeldende therapie de emotieregulatieproblematiek van kinderen met ASS verminderd, te onderbouwen met bestaande literatuur en ervaringskennis van beeldend therapeuten.

Centrale vraagstelling en deelvragen:
Hoe kan de aanname, dat op exposure gerichte werkvormen (in beeldende therapie) bij kinderen (met ASS) emotieregulatieproblematiek kan verminderen, worden onderbouwd?

Deelvragen:
1) Welke kennis en effecten over exposure bij kinderen (met ASS) gericht op vermindering van emotieregulatieproblematiek (in beeldende therapie) worden beschreven in de bestaande literatuur?
2) Wat zijn de ervaringen van beeldend therapeuten met op exposure gerichte werkvormen ter vermindering van emotieregulatieproblematiek bij kinderen (met ASS)?

Identiteit en ASS. Een patiëntgericht kwalitatief onderzoek naar de ervaringen met de groepsbehandeling ‘Identiteit en ASS’ voor jongeren van ≥13 tot <18 jaar met genderproblematiek bij ASS of kenmerken van ASS.

Inleiding
Genderdiversiteit omvat personen die hun genderidentiteit in twijfel trekken of aan het verkennen zijn, evenals degenen die niet conform zijn met hun geboortegeslacht en personen die zich identificeren als non-binair of transgender (Cooper et al., 2023). Een autismespectrumstoornis (ASS) wordt gedefinieerd als een neurobiologische ontwikkelingsstoornis waarbij sprake is van aanhoudende tekorten in sociale interactie en verbale en non-verbale communicatie en van beperkte of repetitieve interesses en gedragingen (Huys & Dhondt, 2022). Een recente meta-analyse toont aan dat de prevalentie van ASS onder genderdiverse personen 11% was, ten opzichte van slechts 1% onder de cisgender (algemene) bevolking (Kallitsounaki & Williams, 2023). Vanaf januari 2024 wordt de groepsbehandeling ‘Identiteit en ASS’ aangeboden door Jeugd ggz Twente, bestaande uit 20 bijeenkomsten voor de jongeren en 3 ouderbijeenkomsten.

Onderzoeksdoel
Het doel is om eind 2025 inzichtelijk te hebben hoe de deelnemers aan de groepsbehandeling ‘Identiteit en ASS’ deze behandeling ervaren. Deze ervaringen geven een beeld van wat de behandelgroep bijdraagt en wat verbeterd kan worden. Het hogere doel is om de groepsbehandeling te optimaliseren.

Onderzoeksvraag
Hoe ervaren patiënten van ≥13 tot <18 jaar met genderproblematiek bij ASS of kenmerken van ASS de groepsbehandeling ‘Identiteit en ASS’ bij Jeugd ggz Twente?

Methode
Het betreft een kwalitatief beschrijvend onderzoeksdesign en wordt beschreven vanuit de thematische analyse. De onderzoekspopulatie bestaat uit deelnemers van de groepsbehandeling ‘Identiteit en ASS’, waarvan zowel de jongere als de ouder(s)/verzorger(s) informed consent hebben gegeven. Met behulp van face-to-face semigestructureerde interviews worden de ervaringen van de participanten onderzocht.

Suïcidaliteit: betrek ik mijn naasten wel of niet?

Aanleiding:
In de richtlijnen voor behandeling van suïcidaal gedrag wordt geadviseerd om naasten te betrekken bij de behandeling van suïcidaliteit. In de praktijk blijkt echter dat patiënten hier niet altijd toestemming voor geven. Dit heeft gevolgen voor de behandeling, er ontbreekt vaak waardevolle informatie, die alleen naasten kunnen verstrekken. Het heeft ook gevolgen voor het contact tussen behandelaren en familie/naasten na een suïcide. Om gerichte interventies te kunnen ontwikkelen om de samenwerking tussen patiënten, naasten en behandelaren te verbeteren, is het van belang kennis te vergaren over de overwegingen van patiënten bij het wel of niet betrekken van naasten in de behandeling van suïcidaliteit.

Digitale Life Chart: Van papier naar digitaal. Een kwalitatief fenomenologisch onderzoek naar de overwegingen van bipolaire patiënten met een papieren Live Chart om de digitale Life Chart wel of niet te gebruiken

Samenvatting van de inleiding, doel, vraagstelling en methode:
Patiënten met een bipolaire stoornis kunnen leren signalen van naderende stemmingswisselingen te herkennen met behulp van de Life Chart. Dit meetinstrument helpt bij het vastleggen van dagelijkse stemmingen en gebeurtenissen, wat inzicht geeft in stemmingsveranderingen door factoren als stress, medicatie en slaappatronen. Hierdoor kunnen patiënten en behandelaren triggers en waarschuwingssignalen identificeren, wat helpt om terugval te voorkomen. De International Society for Bipolar Disorders beveelt het gebruik van de Life Chart sterk aan.
Digitale innovaties, zoals mobiele apps, maken real-time stemmingsmonitoring mogelijk en bieden direct inzicht in stemmingsverloop en interventies. Ondanks de brede beschikbaarheid van smartphones en apps, is het gebruik van digitale Life Charts onder bipolaire patiënten laag.

Doel:
Dit onderzoek richt zich op het verkrijgen van inzicht in de overwegingen van volwassen patiënten met een bipolaire stoornis die de papieren Life Chart gebruiken, om al dan niet over te stappen op de digitale versie. Dit inzicht kan helpen bij het ontwikkelen van strategieën om het gebruik van de digitale Life Chart te vergroten.

Vraagstelling:
Wat zijn de overwegingen van patiënten met een bipolaire stoornis die de papieren Life Chart gebruiken, om wel of niet gebruik te maken van de digitale Life Chart?

Methode:
Er wordt een kwalitatief, fenomenologisch onderzoek uitgevoerd via diepte-interviews. Hiermee worden de ervaringen, percepties en motivaties van bipolaire patiënten onderzocht met betrekking tot hun besluitvorming over het gebruik van de digitale Life Chart. Deze aanpak biedt diepgaand inzicht in persoonlijke overwegingen en kan bijdragen aan effectieve implementatiestrategieën in de klinische praktijk.

Leefstijl en Psychiatrie in Harmonie?

Leefstijl is een maatschappelijk onderwerp dat meer behelst dan alleen goede voeding, slapen, sporten/bewegen, middelengebruik en gebruik van social media en gamen. Leefstijl bevat ook gezonde sociale contacten (fysiek en online), het maken van verantwoorde keuzes en beslissingen en het deelnemen aan activiteiten in de maatschappij. Een gezonde leefstijl draagt bij aan de kwaliteit van leven, preventie van somatische klachten en voorkomen van psychische problemen of verbetering van het geestelijk welbevinden.

Binnen de Dimence groep, waar Jeugd ggz onderdeel van uitmaakt, wordt vanuit transdiagnostisch perspectief ingezet op een mentaal veerkrachtige wereld. In het visiedocument “Samen veerkrachtig, strategische koers Dimence 2021 – 2025” wordt dit geconcretiseerd door onder meer het project GEM (Ecosysteem Mentale Gezondheid) waar de Dimence groep een belangrijke stakeholder van is. Aandacht voor het bevorderen van een gezonde leefstijl is hierbij een omvangrijke component die ook op teamniveau in projecten geïmplementeerd wordt.

Hoewel er evidentie is voor de positieve effecten van het inzetten van leefstijlinterventies gedurende de behandeling van psychiatrische stoornissen bij adolescenten is er weinig bekend of er een verband is en zo ja, in welke mate tussen leefstijl en de aard van de psychische klachten waarmee adolescenten aangemeld worden bij de Jeugd ggz.

Door middel van een correlationeel onderzoek  wordt onderzocht of er een verband is tussen leefstijl en de aard van psychische klachten bij adolescenten (13 tot 18 jaar) die aangemeld worden bij Jeugd ggz Dimence Groep en welke aspecten van leefstijl dragen significant bij aan de voorspelling van de aard van psychische klachten.

Co-creatie van implementatiematerialen voor transdiagnostische inzet van smartwatches in de Nederlandse GGZ

nleiding:
In het thema van integrale zorg is er een behoefte aan sociale- en zelfredzaamheid van cliënten. Smartwatches kunnen hierbij helpen door cliënten hun lichaamssignalen te laten aflezen en begrijpen. Bij forensische cliënten kan dat zorgen voor interoceptive awareness, wat hen in staat stelt om juiste copingsmechanismes in te zetten. Dit kan goed werken bij forensische cliënten, die middels biofeedback over hun stress meer zelfinzicht kunnen krijgen en zo geholpen kunnen worden in hun behandeling. Breder kunnen wearables gebruikt worden om leefstijlfactoren, zoals slaap en beweging, te verbeteren. Naast dat leefstijlfactoren worden aangekaart bij behandelingen van onder andere obesitas, chronisch vermoeidheidssyndroom en depressie, kan co-morbiditeit en verergering van symptomen worden voorkomen door te focussen op leefstijlfactoren. Hoewel er potentie is voor de inzet van deze technologie, en deze potentie ook gezien wordt door behandelaren, is het lastig om smartwatches in te zetten in de praktijk. Hier zijn meerdere redenen voor. Er zijn naast legale onzekere factoren zoals privacywetgeving en CE certificering ook organisatorische en kennisfactoren. Wearables zijn weinig zichtbaar voor behandelaren, en behandelaren voelen druk om alle mogelijkheden van wearables te kennen voordat ze het inzetten. Om die redenen zou het behulpzaam zijn om implementatiematerialen te maken, die behandelaren in kunnen lichten over de inzet van wearables en wearables meer aan het licht brengen. Om het gebruik in de praktijk makkelijker te maken, gaan wij implementatiematerialen ontwerpen, die behandelaren snel en simpel kunnen inzetten bij behandelingen. We zullen een kaartenset ontwerpen, welke kaarten met korte informatie inzetmogelijkheden voor verschillende behandelingmogelijkheden uitlichten. Deze mogelijkheden op de kaarten zullen gelinkt worden aan leefstijlfactoren, en zullen ook op andere vlakken het nut van wearables uitlichten. Middels deze factoren kunnen de kaarten gesorteerd en makkelijk doorgebladerd worden.

“IK BEN SOCIAAL ONHANDIG.” Een kwalitatief onderzoek naar resonantie als zinbeleving van mensen met autisme.

Aanleiding:
Er is weinig bekend over zinbeleving door mensen met een autismespectrumstoornis (ASS), terwijl de vraag naar meer aandacht voor zinbeleving in de begeleiding van mensen met een ASS steeds luider klinkt. Zo komt zingeving als een van de thema’s naar voren in een in opdracht van ZonMW uitgevoerde inventarisatie naar onderzoeksbehoeften op het gebied van autisme. Ook de nieuwe GGZ-standaard Zingeving in de psychische hulpverlening geeft blijk van de behoefte om in de psychische hulpverlening meer ruimte voor zingeving te bieden om zo de psychische gezondheid en het welzijn van GGZ-patiënten, waaronder mensen met autisme, te verbeteren. Dit onderzoek richt zich op de wijze waarop mensen met een ASS zin beleven en op welke kenmerken van ASS daarbij een rol spelen.

Doel:
Het doel van dit onderzoek is om mensen met een ASS beter te kunnen begeleiden op het gebied van zingeving, door kennis te vergaren over ervaringen van resonantie en vervreemding en welke kenmerken van ASS daarbij een rol spelen.

Vraagstelling:
Hebben volwassenen met een ASS voor hun zinbeleving relevante ervaringen van resonantie en vervreemding en zo ja, welke kenmerken van ASS spelen een rol in die ervaringen?

Methode:
Het betreft een interpretatief en kwalitatief onderzoek, waarbij semi-gestructureerde diepte-interviews worden gehouden met volwassenen met een ASS. De interviews vinden plaats aan de hand van een vooraf vastgestelde topiclijst en de interviewer vraagt door op de antwoorden van de respondent. De door middel van de interviews verzamelde data worden en op thematische wijze geanalyseerd.

Translation and Validation of the Dutch Short Form of the Five Factor Narcissism Inventory: The FFNI-SF-NL. Is er een samenhang tussen persoonlijkheidskenmerken en zelfkritiek, schaamte en zelfcompassie.

Narcissism is characterized by features such as grandiosity, feelings of entitlement, and lack of empathy for others. Several studies have revealed that narcissism is composed of, at minimum, 2 distinguishable core dimensions – grandiose narcissism and vulnerable narcissism – with different nomological networks. More recently, (factor-analytic) studies showed that these core dimensions of narcissism can better be understood as being composed of three factors: agentic extraversion; antagonism; neuroticism. The Five Factor Narcissism Inventory (148 items) is the only inventory for the assessment of narcissism that encompasses both its grandiose and vulnerable dimensions as well as its agentic, antagonistic, and neurotic factors. In addition, a 60-item FFNI short form (FFNI-SF) was developed. The present study aims to translate and validate a Dutch version of the FFNI-SF in an adult healthy and a clinical sample, as no such version currently exists. The study will follow established forward-backward methodology for translation and pretesting. Internal consistency and reliability of the two dimensions and three factors will be established. Additionally, the internal construct validity of the 15 traits within the three factors will be examined. Finally, external construct validity, specifically convergent validity, will also be examined. The second aim of this study was to explore the associations between the narcissism core dimensions and factors on one hand, and shame, self-criticism and self-compassion on the other.

Kwalitatief onderzoek naar de werkzame factoren van beeldende therapie bij de volwassen man met hyperseksueel gedrag in de poliklinische forensische zorg

Er is nog veel onduidelijk over de effectieve behandeling van mannen met hyperseksueel gedrag in de poliklinische forensische zorg. Er zijn veelal Amerikaanse onderzoeken gedaan die aanbevelen om verder onderzoek te doen. Of die resultaten toepasbaar zijn in de Nederlandse forensische GGZ is onduidelijk. Daarnaast is er weinig bekend over de werkzame factoren van beeldende therapie met deze doelgroep. Het doel van dit onderzoek is om zicht te krijgen op de werkzame factoren van beeldende therapie met deze doelgroep om hiermee de behandeling te verbeteren. De volgende vragen zullen leidend zijn in het onderzoek: Wat zijn de werkzame factoren van beeldende therapie (BT) gericht op de vermindering van recidive risico bij de volwassen mannelijke HS- patiënten in de poliklinische FZ?

Naast deze hoofdvraag zijn er nog de volgende deelvragen:
1.           Welke werkzame factoren van BT noemen de beeldend therapeuten bij de behandeling van de HS- patiënt?
2.           Welke werkzame factoren van BT noemen de HS- patiënt?
3.           Welke rol speelt BT bij het bevorderen van emotieregulatie bij de behandeling van de HS- patiënt?
4.           Welke andere factoren bevordert BT bij de behandeling van de HS-patiënt?

Het gaat om een kwalitatief onderzoek waarbij naast beeldend therapeuten, patienten worden geïnterviewd. Er wordt gebruik gemaakt van de Grounded Theory Approach analysemethode. De semigestructureerde interviews worden aan de hand een topic/ vragen lijst gehouden, gecodeerd en samengevoegd.

 

Guideline-Informed Treatment-Personality Disorders for older adults. Implementing a generic intervention program for personality disorders in older adults in the Netherlands

Aanleiding:
In 2022 is vanuit het Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen een projectgroep gestart met het aanpassen van de bestaande Guideline-Informed treatment for Personality Disorders (GIT-PD) voor ouderen. Dit is een behandelkader waarmee de reguliere zorg voor cliënten met een persoonlijkheidsstoornis verbeterd kan worden. Onderdeel van dit project is het trainen van teams in GIT-PD ouderen. Uw organisatie is reeds betrokken bij dit project en teams worden of zijn getraind in GIT-PD ouderen. Dit onderzoek is onderdeel van dit project.

Doel onderzoek:
Het onderzoek zal zich richten op de implementatie van GIT-PD ouderen binnen teams die werken met ouderen met persoonlijkheidsproblematiek van diverse GGZ instellingen binnen Nederland. Dit doen we door te beoordelen of het haalbaar is om het GIT-PD ouderen kader te implementeren op basis van de GIT-PD principes en door de belemmerende en faciliterende factoren te beoordelen die van invloed (kunnen) zijn op de implementatie. Hierbij worden zowel kwalitatieve als kwantitatieve gegevens gebruikt.

Pagina's