Opleiding

Bipolaire stoornis en trauma. Een kwalitatief onderzoek van de ervaringen van mensen met een bipolaire stoornis en een onderliggend trauma.

Inleiding
Tot 40 % van de mensen met een bipolaire stoornis (BS) heeft een comorbiditeit met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) (Cerimele et al., 2017; Boylan et al., 2004; Otto et al., 2004). Deze mensen ervaren een zwaardere ziektelast en een slechtere kwaliteit van leven (Cerimele et al., 2017).
Binnen het team angst en stemming van Dimence Deventer wordt geconstateerd dat PTSS-klachten zich veelal openbaren in een manische stemmingsepisode. Opvallend is dat voornoemde klachten tijdens andere stemmingsepisodes naar de achtergrond verdwijnen. Een behandeling van de trauma’s tijdens de euthyme episode komt daardoor niet op gang.
Het is onduidelijk hoe mensen met een bipolaire stoornis deze klachten tijdens de euthyme fase ervaren en hoe zij hiermee omgaan.

Het mentaliserend vermogen bij zwangere vrouwen met psychische klachten; wat is de invloed op de ouder-kindrelatie?

De ouder-kindrelatie is de belangrijkste context voor de ontwikkeling van een kind. De biologische, ontwikkelings-, en omgevingscontexten krijgen vorm via de ouder-kindrelatie. Het is door deze relatie dat het (zeer) jonge kind de wereld gaat begrijpen, interacties met anderen aangaat en een gevoel van competentie, eigenwaarde en ‘zelf’ ontwikkelt. Het is ook via deze relatie dat het kind blootgesteld wordt aan beschermde en risicofactoren (van Bakel e.a., 2013). Er is nog niet veel bekend over de rol van mentaliseren bij psychische klachten tijdens de zwangerschap op de ontwikkeling van de ouder-kind relatie. Fonagy e.a. (2002) stellen dat mentaliseren niet een statische capaciteit is maar dat een tijdelijk gemis in het mentaliseren onderdeel is van het normaal functioneren onder stress. Het vermogen om zelfs onder stressvolle omstandigheden  te kunnen blijven mentaliseren en een relatief snel herstel van het mentaliserend vermogen onder stress zijn de bouwsteren voor een robuust mentaliseren, wat weer gerelateerd is aan veilige gehechtheid.  Met dit onderzoek wordt nagegaan of de mate van het kunnen reflecteren op zichzelf en het kind bij moeders met psychische klachten een voorspeller is voor het opbouwen van een kwalitatief goede ouder-kindrelatie. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het mentaliseren over zichzelf en de ander en mentaliseren over het kind , zowel prenataal als postnataal, dit wordt verder aangeduid als ouderlijk reflectief functioneren. Er wordt gezocht naar een samenhang tussen deze verschillende vormen van mentaliseren om na te gaan wat de beste voorspeller is voor de kwaliteit van de  ouder-kindrelatie. Dit geeft vervolgens aanwijzingen waar er preventief of curatief op ingezet moet worden om de ontwikkeling van het kind zo goed mogelijk te laten verlopen.

 

 

Een thematische analyse over de ervaringen van patiënten die opgenomen zijn geweest wegens suïcidale klachten op een medium care/high care afdeling met betrekking tot het contact met de psychiatrisch verpleegkundige over suïcidaliteit.

Inleiding:
​De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) omschrijft het begrip suïcide als een handeling met een dodelijke afloop of in verwachting van een dodelijke afloop (World Health Organization [WHO], 2021). Daarnaast worden gedachtes aan de dood en voorbereidingen met de intentie tot zelfdoding ook gerekend onder het begrip suïcidaliteit. Behandeling van deze klachten vindt bijvoorkeur plaats in de thuissituatie van de patiënt. Wanneer veiligheid niet gewaarborgd kan worden, kan een tijdelijke opname op een medium care (MC) of high intensive care (HIC) overwogen worden als uiterst hulpmiddel in de behandeling (GGZ Standaarden, 2018). Hoe de verpleegkundigen van een MC/HIC aandacht hebben voor de suïcidale klachten van de patiënt is weinig onderzoek naar gedaan. Vanuit literatuuroriëntatie komt naar voren dat patiënten zich niet altijd gehoord voelen en willen zij graag dat naasten betrokken worden bij de behandeling.

 

Zorgbehoeften van volwassenen met een autismespectrumstoornis in combinatie met een eetstoornis.

Naar schatting is er bij 30 tot 80% van de volwassenen met een autismespectrumstoornis (ASS) sprake van één of meer comorbide stoornissen, waaronder eetstoornissen (Bartels et al., 2012). ASS in combinatie met een eetstoornis komt in de klinische praktijk vaak voor. In de klinische praktijk worden er problemen ervaren met betrekking tot het gebrek aan kennis over de zorgbehoeften wanneer een patiënt zowel autisme als een eetstoornis heeft. Verpleegkundigen handelen volgens hun kennis en expertise gericht op zorgbehoeften van patiënten met ASS en eetstoornissen, maar er zijn geen duidelijke zorgbehoeften over deze combinatie beschreven.

Doel van het onderzoek betreft ‘inzicht verschaffen in welke zorgbehoeften volwassenen met een autismespectrumstoornis in combinatie met een comorbide eetstoornis hebben.’ Met deze doelstelling wordt gestreefd naar verbetering van kwaliteit van zorg in de klinische praktijk doordat er beter ingespeeld kan worden op de zorgbehoeften van de patiënt. Op deze wijze wordt er gestreefd naar meer gepersonaliseerde zorg.

De onderzoeksvraag betreft ‘welke zorgbehoeften ervaren volwassenen met een autismespectrumstoornis in combinatie met een comorbide eetstoornis?’.

De methode betreft een kwalitatief onderzoek op basis van een thematische analyse. De dataverzameling wordt gedaan via semigestructureerde interviews op de klinische afdelingen OBA, IBA en HBA van het SCOS.

Verandert de mate van zelfeffectiviteit bij mensen met een bipolaire stoornis na het volgen van een positieve psychologische groepsbehandeling?

Inleiding:
Farmacotherapie, psycho-educatie en zelfmanagement zijn de belangrijkste elementen van de behandeling bij een Bipolaire Stoornis (BS) (Kupka et al., 2015). De behandeling van een BS is minder gericht op het verbeteren van het welbevinden (Bensing, 2000). Kwalitatief onderzoek heeft aangetoond dat mensen met een BS weinig vertrouwen hebben in hun vermogen om hun stoornis te kunnen beheersen, hetgeen een aanwijzing is voor lage zelfeffectiviteit (Lim et al., 2004). Een lage zelfeffectiviteit is een belangrijke belemmering voor zelfmanagement en dus optimaal psychosociaal functioneren voor mensen met een BS (Lim et al., 2004). Het is onbekend wat de invloed is van de positieve psychologische groepsbehandeling ‘Goed leven met een bipolaire stoornis’ op de mate van zelfeffectiviteit bij mensen met BS.

The mechanisms that predict the efficacy of online treatment for complex patients with depression and anxiety.

Er is een grote toename in online behandeling. Onderzoek wijst uit dat online behandeling even effectief is in vergelijking met behandeling in de kamer. Welke factoren invloed hebben op de effectiviteit van online behandeling, is echter nog niet geheel duidelijk. In dit onderzoek wordt gekeken naar de relatie tussen variabelen die de uitkomst van online behandeling beïnvloeden. Er wordt in de eerste plaats gekeken of het behandelmodel van Thubble effectief is bij mensen met angst- en stemmingsproblematiek, vervolgens wordt gekeken welke interactie er is tussen verschillende variabelen (adherentie, klachten, functioneren en patientteveredenheid) om hypothesen te kunnen vormen over hoe het behandelproces te kunnen verbeteren. Het onderzoek wordt uitgevoerd bij patienten met angst- en stemmingsklachten bij Thubble, binnen de SGGZ. Data gegenereerd door vragenlijsten die patienten al invullen voor het regulieren zorgproces (BSI, WHODAS 2.0, CQi) zullen anoniem worden verzameld, om vervolgens de interactie tussen deze factoren te kunnen bepalen.

Usability testing FARE (spin)

De FARE-spin is een web-based applicatie voor cliënten om aan de hand van een vragenlijst hun eigen voortgang te rapporteren, maar hiervoor heeft tot op heden nog geen usability testing plaatsgevonden. Het onderzoeksprobleem op dit moment is daarom ook dat het instrument de FARE-spin nog niet is getest op gebruiksvriendelijkheid en algemene bruikbaarheid bij de cliënten. De usability wordt in dit onderzoek opgedeeld in drie aspecten: Effectiviteit, efficiëntie en tevredenheid. Omdat er een verschil zit in het leerniveau per cliënt is het van belang dat de applicatie voor iedereen te begrijpen  en zelfstandig uit te voeren is.
Het doel van dit onderzoek is het uitvoeren van usability tests op vijf poliklinische cliënten van Transfore en op basis van deze usability testing bevindingen rapporteren en aanbevelingen schrijven over mogelijke verbeteringen.
De onderzoeksvraag wordt beschreven als volgt: “Hoe ervaren de poliklinische cliënten van Transfore en De Waag het web-based instrument de FARE-spin en wat is er nog nodig om het instrument te verbeteren?”

Praat je over seksuele gezondheid?

Transfore heeft meerdere locaties in Oost-Nederland. Op elke locatie hebben hulpverleners te maken met patiënten die seksueel grensoverschrijdend gedrag vertoond hebben. De nadruk in de behandeling ligt op het grensoverschrijdende gedrag, en minder op de seksuele gezondheid. Veel patiënten hebben geen seksuele voorlichting gehad, of hun seksuele voorlichting is onvoldoende geweest. Er valt nog veel winst te behalen in het gesprek over seksuele gezondheid en in het geven van seksuele voorlichting aan patiënten. Om hierover het gesprek aan te gaan als hulpverlener met je patiënt, is lef en kennis nodig. Ook lopen hulpverleners vast in hun gesprekken met patiënten, komen ze niet verder. Ze durven bijvoorbeeld niet goed het gesprek aan te gaan over seksuele gezondheid, over hoe een patiënt zijn/haar seksualiteit vormgeeft of wil geven in de toekomst. Of de hulpverlener beschikt over te weinig kennis over seksuele gezondheid of hoe seks werkt en kan daardoor het gesprek niet verder voeren met de patiënt.

Identifying the experiences of therapists in the implementation of VR in forensic psychiatry.

Aanleiding
Onderzoek a: Dit onderzoek wordt gepresenteerd als onderdeel van een groter onderzoeksproject, genaamd VooRuit met VR. In 2016 startte een multidisciplinair team dit project om een VR-behandeling te ontwikkelen voor forensisch psychiatrische patiënten bij Transfore. Dit project was gebaseerd op de CeHRes Roadmap, die werd gebruikt als leidraad voor de ontwikkeling en implementatie van een VR interventie, en in de toekomst ook voor de evaluatie.
Momenteel wordt VR in binnen verschillende instellingen van Dimence Groep geïmplementeerd, echter wordt de VR interventie nog niet zo veel gebruikt als gewenst is. Door meer inzicht te krijgen in de behoeften van behandelaren tijdens het implementatieproces kunnen deze vertaald worden naar verbeterpunten van de implementatie. Er wordt hier gekeken naar de periode van de eerste kennismaking met VR tot en met het regulier inzetten van VR tijdens de behandeling van patiënten. Dit is de focus van dit onderzoek. Dit artikel bouwt voort op de reeds verkregen informatie en inzichten, de recent door CleVR ontwikkelde VR applicatie, en de bij het project betrokken therapeuten.

Ervaringen van behandelaren in de sGGZ met on-demand behandelen

Aanleiding
Thubble is een innovatieve online, on-demand behandelservice waarbij behandeling volledig digitaal is. Er wordt onder andere gebruik gemaakt van online modules en beeldbellen. Deze unieke vorm van zorg biedt veel mogelijkheden, maar er zijn logischerwijs ook nog veel vragen. Sinds de introductie van het on-demand behandelmodel bij Thubble in 2020 is er nog weinig onderzoek gedaan naar de ervaringen van behandelaren en patiënten van deze behandelvorm binnen de sGGZ. Hoewel de eerste onderzoeken positieve resultaten laten zien over de efficiëntie en kwaliteit van de behandelmethode, is er bij Thubble onduidelijkheid over de ervaringen met de behandelvorm. Thubble wil de ervaringen van verpleegkundig specialisten/sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen en psychologen, werkend in de sGGZ, met de behandelmethode in kaart gebracht hebben.

Pagina's